Uitspraak Geschillencommissie Erisietsmisgegaan.nl
Partijen
Mevrouw [naam], wonende in [plaats] (hierna te noemen: ‘klaagster’)
en
[naam zorgaanbieder], gevestigd in [naam], vertegenwoordigd door de heer [naam], advocaat (hierna te
noemen: de ‘zorgaanbieder’).
Verloop van de procedure
1. Klaagster heeft op 1 mei 2025 een klacht ingediend bij de geschillencommissie over het handelen van
mevrouw [naam], tandarts.
2. Op 7 mei 2025 is de ontvangst van de klacht bevestigd en de zorgaanbieder geïnformeerd over de
klacht.
3. Op 21 mei 2025 is klaagster verzocht om haar klacht nader te concretiseren, waaronder het verzoek
om schadevergoeding. De zorgaanbieder is hierover op 28 mei 2025 geïnformeerd.
4. Op 2 juni 2025 ontving de geschillencommissie van klaagster de concretisering van haar klacht. De
ontvangst is op 3 juni 2025 aan klaagster bevestigd.
5. De zorgaanbieder is op 10 juni 2025 verzocht om betaling van de behandelkosten van het geschil.
6. Op 17 juni 2025 is de zorgaanbieder verzocht om schriftelijk te reageren op de klacht. Klaagster is
hierover geïnformeerd.
7. Partijen zijn op 2 juli 2025 uitgenodigd voor een hoorzitting op 13 oktober 2025.
8. Op 9 juli 2025 stuurde de secretaris van de geschillencommissie een bericht aan partijen over een
voorval dat zich tussen klaagster en de advocaat van de zorgaanbieder had voorgedaan.
9. De geschillencommissie ontving op 10 juli 2025 van klaagster de e-mail met een regelingsvoorstel
die zij van de advocaat van de zorgaanbieder had ontvangen.
10. De zorgaanbieder verzocht op 15 juli 2025 om uitstel voor het indienen van verweer. Tevens werd
bezwaar gemaakt tegen het bericht van 9 juli 2025 van de secretaris van de geschillencommissie. Er
is twee weken uitstel voor het indienen van het verweer aan de zorgaanbieder gegeven. Ter
voorkoming van elke schijn van mogelijke belangenverstrengeling besloot de secretaris zich te laten
vervangen door een externe secretaris. Partijen zijn hierover geïnformeerd.
11. De zorgaanbieder heeft op 29 juli 2025 schriftelijk gereageerd op de klacht. Een afschrift van het
verweer is aan klaagster verstuurd. Klaagster is overeenkomstig artikel 6 lid 8 van het Reglement
geschillencommissie Wkkgz (hierna te noemen: het ‘Reglement’) in de gelegenheid gesteld om te
reageren op het verweer van de zorgaanbieder. De geschillencommissie ontving de reactie van
klaagster op 9 augustus 2025. De ontvangst is op 10 augustus 2025 bevestigd. Een afschrift is aan de
zorgaanbieder verstuurd.
12. De geschillencommissie heeft de klacht op de hoorzitting van 13 oktober 2025 behandeld. Klaagster
verscheen ter zitting samen met haar echtgenoot, de heer [naam]. Namens de zorgaanbieder waren
de advocaat, mevrouw [naam](hierna te noemen: de ‘tandarts’) en mevrouw [naam],
vestigingsmanager, aanwezig. Ter zitting is besloten dat klaagster in de gelegenheid wordt gesteld
om een onderbouwing te sturen van de geclaimde zeven uur verlof. De zorgaanbieder is gevraagd om
een afschrift van de medische gegevens van de consulten vanaf 23 september 2024 met betrekking
tot de klacht en de röntgenfoto die op 27 maart 2024 is gemaakt te overleggen. Partijen krijgen
daarna een week de gelegenheid om schriftelijk te reageren op de aanvullende informatie van de
andere partij.
13. De geschillencommissie ontving van beide partijen op 13 oktober en 14 oktober 2025 de aanvullende
informatie.
14. De reactie van klaagster op de aanvullende informatie van de zorgaanbieder is op 18 oktober en 19
oktober 2025 ontvangen. De reactie van de zorgaanbieder op de aanvullende informatie van
klaagster is op 23 oktober 2025 ontvangen. Er is aan partijen een afschrift verstuurd van de reactie
van de andere partij.
Inhoud van de klacht
De klacht bestaat kort samengevat en zakelijk weergegeven uit de volgende klachtonderdelen:
1. De tandarts heeft gezegd dat klaagster een slechte mondverzorging had, terwijl hiervan geen
sprake was;
2. De tandarts heeft ondeskundig gehandeld door de kroon niet goed aan te draaien waardoor een
ontsteking is ontstaan. Ook heeft de tandarts een gezonde tand afgeslepen zodat de kroon wel
goed zou zitten. Klaagster heeft in totaal negen maanden zonder hoektand gelopen.
Klaagster vordert een schadevergoeding van € 750,-.
Toelichting op de klacht
Op 27 maart 2024 zou een kroon bij klaagster worden geplaatst. Zij was drie uur kwijt, terwijl het hooguit
een half uur zou duren. Ook deed het zeer en bij de behandeling had zij tranen in haar ogen. Klaagster is
nog dezelfde dag terug geweest waarbij de tandarts een stukje van haar eigen tand heeft afgeslepen.
Tijdens het plaatsen was er ook een schroevendraaiertje meegeleverd, maar deze behoorde volgens de
tandarts niet bij haar kroon ondanks dat klaagster dit meerdere keren had gevraagd.
Op 23 september 2024 had klaagster een afspraak vanwege een ontsteking bij de kroon. De tandarts heeft
haar weggestuurd met het verhaal dat zij een slechte mondverzorging had. Klaagster schaamde zich en
voelde zich vernederd. Dat zij een slechte mondverzorging zou hebben is nog nooit tegen haar gezegd. Zij
is voor een second opinion naar de praktijk [naam] gegaan. Daar is haar gebit uitvoerig gecheckt. Ook zijn
foto’s gemaakt. De conclusie was dat een slechte mondverzorging absoluut niet aan de orde was, maar dat
er speling in de kroon zat. Klaagster vindt het een grove fout van de tandarts dat de kroon niet goed is
vastgezet.
In reactie op het verweer van de zorgaanbieder heeft klaagster laten weten dat zij geen poetsinstructie
van de tandarts tijdens het consult van 23 september 2024 heeft gehad. Ook is niet tegen haar gezegd dat
zij na twee weken moest terugkomen. De tandarts heeft tijdens dit consult niet kunnen beoordelen dat de
kroon niet mobiel zou zijn, want ze heeft alleen gekeken en niks gevoeld of gedaan. Er werd geadviseerd
om een mondhygiëniste te bezoeken. Klaagster heeft hieraan gehoor gegeven.
Klaagster stelt schade te hebben geleden. De schade bestaat uit gederfde inkomsten, omdat zij vrij heeft
moeten namen van haar werk, de kosten van de controle op 23 september 2024, de second opinion, de
behandeling bij de mondhygiëniste die voor eigen rekening kwam en immateriële schade voor de geleden
woede, verdriet en geduld. Het bedrag van € 750,- lijkt haar niks te veel.
Ter zitting laat klaagster in aanvulling op haar schriftelijke klacht weten dat het gaat om de ontsteking die
is ontstaan, omdat de kroon niet goed was aangedraaid. De kroon is nu goed aangedraaid. Zij heeft
nergens meer last van. Er was al een en ander eerder voorgevallen. Daarom had zij geen vertrouwen meer
in de praktijk. Dit is ook de reden dat zij een second opinion heeft aangevraagd.
De implantoloog had haar in het algemeen het advies gegeven om naar een mondhygiënist te gaan als een
kroon wordt geplaatst. Klaagster wilde dit advies ook opvolgen, maar in het volgend jaar zodat het door
de verzekering zou worden vergoed. Voor het lopende jaar had zij de vergoeding al verbruikt. Maar door
de opmerking van de tandarts over een slechte mondhygiëne is zij eerder naar de mondhygiënist gegaan.
Deze behandeling heeft zij zelf moeten betalen.
In antwoord op de vraag van de geschillencommissie naar de onderbouwing van de zeven uren geclaimd
verlof laat klaagster weten niet paraat te hebben op welke data zij verlof heeft moeten nemen. De
geschillencommissie stelt klaagster in de gelegenheid om binnen een week de onderbouwing toe te sturen
met een salarisspecificatie. De zorgaanbieder krijgt daarna een week de tijd om hierop te reageren.
Naar aanleiding van de vraag van de voorzitter of partijen bereid zijn om alsnog een schikking te treffen
laat klaagster na een korte schorsing weten akkoord te kunnen gaan met het aanbod van € 600,-.
Klaagster wil naar aanleiding van de aanvullende informatie van de zorgaanbieder uitspreken dat zij het
lachwekkend vindt dat de datum en tijd van de röntgenfoto bijzonder opvallend zijn. Op de 27 maart is de
kroon geplaatst op de schroef, maar de tijd klopt van geen kanten. Zij vraagt zich dan ook sterk af of de
foto daadwerkelijk van die bewuste dag is. Het klopt volgens haar absoluut niet dat deze om 09.00.28 erop
zat. Er zou haar zijn gezegd in een tijdsbestek van 8u dat zij daar aankwam tot zeker 9.15u dat de kroon
die dag niet geplaatst kon worden. Ook is nog gezocht naar verschillende mogelijkheden voor een
schroevendraaier, terwijl die al die tijd voor de neus van de tandarts lag. Klaagster is pas rond 10u/10.30u
weggegaan met een niet goed aangedraaide tand in haar mond.
Klaagster heeft de röntgenfoto die de implantoloog waar zij voor een second opinion naartoe is gegaan
overgelegd.
Verder laat klaagster weten dat het juist is dat de dag van ‘goed en juist’ aandraaien van de schroef door
de implantoloog van de zorgaanbieder volledig zonder rekening is gedaan. Het gaat er klaagster
voornamelijk om dat als de kroon op 27 maart goed was aangedraaid, de fistel niet zou zijn ontstaan. Nu
bijna tien maanden na het opnieuw opzetten/aandraaien van de kroon heeft zij nergens geen last van of
last gehad.
Standpunt zorgaanbieder
De zorgaanbieder bestrijdt dat de tandarts zich op enig moment onprofessioneel of ondeskundig zou
hebben gedragen. Op 29 september 2024 meldde klaagster zich bij de zorgaanbieder met klachten over
geïrriteerd tandvlees rond de kroon en het vrijkomen van vuil. De tandarts stelde vast dat de
mondhygiëne matig was en dat zich ter hoogte van element 13 (de kroon) veel tandplak bevond. De kroon
werd op dat moment niet als mobiel beoordeeld. De tandarts gaf een poetsinstructie en adviseerde
klaagster om zich opnieuw te melden indien de klachten na twee weken niet verdwenen zouden zijn. Het
beeld dat klaagster schetst, alsof de tandarts op vervelende of kwetsende wijze heeft gewezen op
gebrekkige mondhygiëne, is onjuist. Klaagster meldde zich, anders dan de tandarts had geadviseerd niet
binnen de afgesproken termijn van twee weken, maar pas bijna zes weken later, op 4 november 2024. Op
die dag had zij een second opinion laten uitvoeren bij een andere praktijk. Tijdens dat consult werd
vastgesteld dat de kroon mobiel was en dat er sprake was van een ontsteking. Klaagster heeft verzocht om
een afspraak bij de implantoloog om het advies uit de second opinion op te volgen. Daarop is een afspraak
gemaakt voor 13 november 2024 met klaagster, de implantoloog en de tandarts. Naar aanleiding van het
overleg is de kroon verwijderd om deze na herstel van het tandvlees op 4 december 2024 opnieuw te
plaatsen. Ook is gehoor gegeven aan het verzoek van klaagster om de oorzaak van de ontsteking vast te
stellen, namelijk dat kroon, mogelijk niet volledig was vastgeschroefd door het gebruik van een onjuiste
schroevendraaier.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de kroon op 4 november 2024 loszat. Dat rechtvaardigt echter
niet de conclusie dat sprake zou zijn van een tandarts die niet weet wat zij doet. Op 23 september 2024
was de kroon niet zodanig mobiel dat dit bij onderzoek werd vastgesteld. Er was sprake van geïrriteerd
tandvlees en veel tandplak rondom de kroon, passend bij een matige mondhygiëne. Andere oorzaken
werden door de tandarts niet uitgesloten. Dat was juist de reden voor het advies om zich opnieuw te
melden als de klachten ook na twee weken nog bestonden. Het ontstaan van de fistel had mogelijk kunnen
worden voorkomen als klaagster het advies van de tandarts had opgevolgd. In ieder geval had eerder dan
op 13 november 2024 kunnen worden ingegrepen.
De zorgaanbieder acht de klacht ongegrond, voor zover deze wijst op een vermeend gebrek aan
professionaliteit van de tandarts. Het is mogelijk dat de kroon bij plaatsing beter had kunnen worden
aangedraaid, maar de zorgaanbieder heeft vervolgens alle redelijke stappen gezet om dit te herstellen.
De zorgaanbieder acht de door klaagster gevorderde schadevergoeding eveneens ongegrond. De
herstelbehandeling is vanzelfsprekend volledig door zorgaanbieder vergoed. Voor de overige gevorderde
schade ontbreekt een grondslag. Klaagster heeft niet aangetoond dat zij daadwerkelijk inkomen is
misgelopen door tandartsbezoeken. Daar komt bij dat de herstelbehandeling uitgebreider moest zijn
doordat zij het advies van 23 september 2024 niet heeft opgevolgd. De kosten van de mondhygiënist zijn
niet op advies van de tandarts gemaakt. Het is een eigen keuze van klaagster geweest. Ook is niet
onderbouwd dat zij de behandeling zou hebben uitgesteld naar een jaar later. De second opinion zou
mogelijk voor vergoeding in aanmerking komen indien de tandarts andere oorzaken bij voorbaat
uitgesloten had en enkel mondhygiëne als oorzaak had genoemd. Dat is echter niet het geval. Klaagster is
verzocht terug te komen indien de klachten zouden aanhouden. Voor een vergoeding van immateriële
schade ontbreekt iedere onderbouwing. De stelling van klaagster dat zij maanden zonder kroon zou
hebben rondgelopen als gevolg van een foutieve plaatsing is onjuist.
De zorgaanbieder verzoekt om de klacht, zowel wat betreft het gestelde onprofessioneel handelen als de
gevorderde schadevergoeding, ongegrond te verklaren.
Ter zitting benadrukt de advocaat dat het de zorgaanbieder hoog zit. Dat is de reden dat zij een advocaat
hebben ingeschakeld. Zij hebben hun best gedaan en klaagster serieus genomen. Er is professioneel
gehandeld. De praktijk zat destijds in een overnametraject. Daardoor is een aantal (administratieve) zaken
niet goed verlopen. De tandarts had hiermee ook te doen. Er is een poging gedaan om de klacht op te
lossen. Het advies dat uit de second opinion kwam is opgevolgd. De zorgaanbieder heeft de kosten voor
herstelbehandeling niet in rekening gebracht. Klaagster wilde niet ingaan op het aanbod om de zaak voor
€ 600,- te schikken. De vestigingsmanager licht toe dat zij begrip heeft voor de situatie van klaagster en
bereid was om een tegemoetkoming te geven voor de verlofuren. Maar met het betalen van een
immateriële schadevergoeding kon niet worden ingestemd. Er is zorgvuldig gehandeld. En het betalen van
een immateriële schadevergoeding zou betekenen dat er fouten zijn gemaakt.
In antwoord op een vraag van de geschillencommissie legt de tandarts uit dat zij de kroon destijds goed
heeft vastgedraaid. Daarna is ter controle een röntgenfoto gemaakt.
De advocaat legt uit dat geen medische gegevens zijn overgelegd omdat hiermee zorgvuldig moet worden
omgegaan. Hij zou hebben gevraagd om een medische machtiging, maar deze is niet gegeven. Het was niet
bekend dat klaagster op het klachtformulier had vermeld dat zij de zorgaanbieder toestemming geeft om
de medische gegevens die betrekking hebben op de klacht aan de geschillencommissie te overleggen. De
zorgaanbieder is bereid de medische gegevens alsnog te overleggen. De geschillencommissie stelt de
zorgaanbieder in de gelegenheid om binnen een week de medische gegevens van de consulten vanaf 23
september 2024 toe te sturen en de röntgenfoto die op 27 maart 2024 is gemaakt. Klaagster krijgt daarna
een week de tijd om hierop te reageren.
Naar aanleiding van de vraag van de voorzitter of partijen bereid zijn om alsnog een schikking te treffen
laat de zorgaanbieder na een korte schorsing weten daartoe niet meer bereid te zijn. Zij willen graag een
uitspraak van de geschillencommissie. Het eerdere aanbod is gedaan om een procedure te voorkomen.
Beoordeling
De geschillencommissie stelt vast dat de klacht gericht is tegen een zorgaanbieder die bij de
geschillenregeling van Erisietsmisgegaan.nl is aangesloten. Uit artikel 4 lid 2 van het Reglement volgt dat
de geschillencommissie bevoegd is om de klacht inhoudelijk te beoordelen en een uitspraak te doen.
De geschillencommissie heeft tot taak om een klacht over gedragingen van de zorgaanbieder in het kader
van de zorgverlening te beoordelen en hierover een bindende uitspraak te doen. Dit betekent dat de
geschillencommissie de vraag moet beantwoorden of en in hoeverre de klacht van klaagster terecht is en
zo ja, of de klacht ook aan zorgaanbieder verweten kan worden.
Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel overweegt de geschillencommissie dat partijen elk een andere
lezing hebben. Volgens klaagster heeft de tandarts bij het consult op 23 september 2024 tegen haar
gezegd dat zij een slechte mondverzorging had, terwijl hiervan geen sprake was. De zorgaanbieder stelt
daarentegen dat de tandarts dit niet tegen klaagster heeft gezegd. In het medisch dossier heeft de tandarts
genoteerd dat het tandvlees ter plaatse van het implantaat geïrriteerd is en dat er soms vuil uitkomt. Ook
is de mondhygiëne matig, er is veel plak ter hoogte van de 13. Mogelijk is de 13 gemist met poetsen
vanwege de klachten. Wat er tijdens het consult precies is gezegd en hoe dat door klaagster is ervaren kan
de geschillencommissie niet vaststellen. Ook kan de geschillencommissie aan de lezing van de ene partij
niet meer waarde toekennen dan aan de lezing van de ander partij. Dit betekent dat hierover geen oordeel
kan worden gegeven. Nu niet is komen vast te staan dat de tandarts tegen klaagster heeft gezegd dat zij
een slechte mondverzorging had, acht de geschillencommissie dit klachtonderdeel niet gegrond.
De geschillencommissie overweegt met betrekking tot het tweede klachtonderdeel dat tussen partijen ter
discussie staat of de kroon bij plaatsing op 27 maart 2024 goed is aangedraaid. Volgens klaagster is
hiervan sprake daar bij de second opinion op 4 november 2024 was geconstateerd dat de kroon mobiel
was. De geschillencommissie overweegt dat het kan gebeuren dat een kroon na verloop van tijd mobiel
wordt. Als dit gebeurt, wil dat nog niet zeggen dat de kroon bij plaatsing niet goed is aangedraaid. De
geschillencommissie stelt vast dat partijen het erover eens zijn dat het plaatsen van de kroon enige tijd in
beslag nam, omdat werd gezocht naar een juiste schroevendraaier. Volgens de tandarts is de kroon goed
aangedraaid. De tandarts heeft ter controle een röntgenfoto gemaakt. Klaagster trekt in twijfel of de
röntgenfoto die de zorgaanbieder heeft overgelegd wel van 27 maart 2024 om 09.00 uur is. De
geschillencommissie overweegt dat klaagster de afspraak om de kroon te plaatsen om 08.00 uur had. De
geschillencommissie acht het aannemelijk dat de kroon om 09.00 uur bevestigd was en de röntgenfoto op
dat tijdstip is gemaakt. De geschillencommissie wordt hierin bevestigd door de röntgenfoto die tijdens de
second opinion is gemaakt en door klaagster is overgelegd. Op beide foto’s is de plaats van het implantaat
identiek. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat de zorgaanbieder een röntgenfoto van een implantaat heeft
aangeleverd die niet het implantaat van klaagster betreft. De geschillencommissie vindt het van
zorgvuldig handelen getuigen dat de tandarts na plaatsing van de kroon ter controle een röntgenfoto heeft
gemaakt. Op deze foto valt niet goed te zien of de kroon goed aangedraaid is, maar omgekeerd is ook niet
goed te zien dat de kroon niet goed zou zijn aangedraaid. De geschillencommissie overweegt dat de
tandarts in de veronderstelling dat zij de kroon goed had aangedraaid en nu uit de röntgenfoto niet het
tegendeel bleek, ervan mocht uitgaan dat zij de kroon voldoende had aangedraaid. Het plaatsen van een
implantaat voor een hoektand is een lastige positie. Het is begrijpelijk dat er een stukje van de onderste
hoektand is afgeslepen zodat de onder- en bovenkaak wel goed op elkaar aansloten. De
geschillencommissie ziet in de wijze waarop de kroon is geplaatst geen aanleiding voor klachtwaardig
handelen.
Op 23 september 2024 is klaagster teruggekomen vanwege pijnklachten ter hoogte van het implantaat. De
geschillencommissie overweegt dat de tandarts zorgvuldig heeft gehandeld door een poetsinstructie te
geven vanwege de geconstateerde plak ter hoogte van het implantaat en om klaagster te adviseren om na
twee weken terug te komen indien de klachten zouden aanhouden. Klaagster is op 4 november 2024
teruggekomen nadat zij een second opinion had laten doen waaruit bleek dat de kroon enigszins mobiel
was en sprake was van een fistel. De geschillencommissie meent dat de zorgaanbieder dit niet te verwijten
valt. Het tweede klachtonderdeel is ongegrond. De geschillencommissie vindt dat het de zorgaanbieder
siert dat de kosten voor de herstelbehandeling niet bij klaagster in rekening zijn gebracht.
Uitspraak
De geschillencommissie verklaart de klacht ongegrond.
Aldus afgegeven, 25 november 2025, te Soest, door de klachtencommissie, bestaande uit:
De heer mr. F.B. van Batenburg, voorzitter:
Mevrouw L. Knoester, lid cliëntenperspectief
De heer H. de Kloet, lid zorgaanbiedersperspectief
Bijgestaan door mevrouw mr. M.A. Feeburg, plv. secretaris