Analyse Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten
Analyse van de GAT betreffende dit dossier:
– Als een zorgverlener een klacht ontvangt die betrekking heeft op een andere rechtsvorm dan welke geregistreerd is voor de Wkkgz, dan kan dit gevolgen hebben.
Algemeen
Betreffende: verwijderd (klager) – Verwijderd (bedrijf 1) Dossiernummer: GD0050-2025
Datum uitspraak: 6 november 2025
Het verloop van de procedure
Verwijderd – verder: klager – heeft een klacht ingediend tegen Verwijderd (bedrijf 1). Verwijderd (bedrijf 1) – verder: beklaagde – heeft daar verweer tegen gevoerd door te stellen dat klager niet-ontvankelijk is in (klagers) klacht omdat (bedrijf 1) niet bij GAT is aangesloten. (beklaagde) is vennoot van zowel (bedrijf 1) als van verwijderd (bedrijf 2) – welk laatste bedrijf wel is aangesloten bij GAT.
Klager heeft verwezen naar de nauwe verbondenheid van beide bedrijven. Klager was eerst klant bij (bedrijf 2) en is door haar vennoot, (beklaagde), doorverwezen naar (beklaagdes) andere bedrijf (bedrijf 1). Daarom zou de zaak volgens verwijderd (klager) wel ontvankelijk zijn. De commissie zal eerst moeten oordelen of zij bevoegd is om van de klacht van klager tegen beklaagde kennis te nemen en aldus of deze klacht al dan niet ontvankelijk is.
De uitspraak van de commissie
Verwijderd (bedrijf 2) is aangesloten bij GAT. (bedrijf 1) is niet aangesloten bij GAT. De klacht van klager gaat specifiek over de activiteiten van (bedrijf 1). Dat (bedrijf 1) en Verwijderd (bedrijf 2) eenzelfde vennoot hebben in de persoon van (beklaagde) doet daar niets aan af. Dat klager door (beklaagde) in het kader van de relatie van Verwijderd (bedrijf 2) doorverwezen is naar (bedrijf 1) doet daar ook niets aan af.
De geschillencommissie moet op basis van de Wet en de regelgeving beoordelen of er sprake is van ontvankelijkheid van de klacht van klager tegen beklaagde, zijnde Verwijderd (bedrijf 1). In artikel 9 lid 3 van het klachtenreglement staat vermeld dat een klacht niet in behandeling kan worden genomen als de zorgaanbieder tegen wie de klacht is gericht niet is aangesloten bij GAT. De vraag is dan wie te gelden heeft als zorgaanbieder; de VOF of de individuele vennoot? De definitie van een zorgaanbieder is opgenomen in artikel 1 lid 1 van de WKKGZ. In dit artikel staat dat een zorgaanbieder betreft een instelling of een solistisch werkende zorgverlener. Klager heeft de klacht ingediend tegen Verwijderd (bedrijf 1). Verwijderd (bedrijf 1) is een VOF en dus geen individuele zorgverlener. De zorgverlener is degene die aangesloten moet zijn bij GAT om de klacht in behandeling te kunnen nemen. En reeds is vastgesteld dat (bedrijf 1) – tegen wie de klacht is gericht – niet aangesloten is bij GAT. (bedrijf 2) is wel aangesloten bij GAT maar over de dienstverlening van deze instelling (lees: zorgaanbieder) gaat de klacht van klager niet. De geschillencommissie kan aldus alleen een klacht gericht tegen de dienstverlening van zorgverlener Verwijderd (bedrijf 2) in behandeling nemen. Nu hiervan geen sprake is zal de Geschillencommissie de klacht van klager tegen Verwijderd (bedrijf 1) niet-ontvankelijk verklaren.
Aldus beslist te Eindhoven op 6 november 2025
Door de heer mr. M.C.J. de Schepper – commissievoorzitter.
Deze uitspraak betreft een bindend advies waar partijen dus aan gebonden zijn. Hoger beroep tegen de uitspraak behoort niet tot de mogelijkheden. Klager en/of therapeut kan er wel voor kiezen deze uitspraak een de civiele rechter voor te leggen.