Selecteer een pagina

 B I N D E N D  A D V I E S

Geschillencommissie KPZ

Geschil 24.12

In het geschil tussen:

De heer [naam],

verzoeker,

gemachtigde:

mevrouw [naam] (maatschappelijk begeleider statushouders, [plaatsnaam]);

Tolk (telefonisch): [naam];

en

[naam zorgaanbieder] (zorgaanbieder),

gevestigd te [plaatsnaam],

vertegenwoordigd door:

[naam] operationeel manager (verweerder 1);

[naam], managing director (verweerder 2);
[naam], klinisch directeur (verweerder 3),

(samen te noemen “verweerders”).

Bevoegdheid

1.1          Partijen zijn overeengekomen geschillen naar aanleiding van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) te laten beslechten door de Geschillencommissie Klachtenportaal Zorg (hierna: Geschillencommissie) bij bindend advies.

1.2          De zittingscommissie (hierna: de commissie) die voor het onderhavige geschil is ingesteld op basis van artikel 4 lid 3 van het Geschillenreglement Geschillencommissie KPZ (hierna: Geschillenreglement) bestaat uit:

– mevrouw mr. drs. N.J.E.G. Cremers (voorzitter);
– mevrouw B.H. Tichelaar MSc, (lid);

– mevrouw drs. M.C. van Mourik – Hamstra (tandarts) (lid).

1.3          Mevrouw ir. S.C. van Bronkhorst is aangesteld als ambtelijk secretaris van de commissie.

  1. Het procesverloop

2.1          Op 30 december 2024 heeft gemachtigde namens verzoeker het ‘Formulier indienen geschil’ aan de commissie toegezonden. Het geschil is vervolgens op verzoek van gemachtigde van verzoeker aangehouden tot 30 september 2025.

Op die datum heeft gemachtigde van verzoeker een onderbouwing van het verzoek tot schadevergoeding en aanvullende bewijsstukken geleverd. Het geschil is in behandeling genomen op 1 oktober 2025.

2.2          Verweerders hebben op 5 november 2025 een verweerschrift ingediend en 13 stukken ingebracht.

2.3          Voor de behandeling van het geschil heeft de commissie een hoorzitting bepaald op  12 december 2025. Naast de commissie en de ambtelijk secretaris waren bij deze zitting aanwezig: verzoeker, zijn gemachtigde en een door haar ingeschakelde tolk (telefonisch) en verweerders.

  1. Samenvatting feiten en achtergronden 

 3.1          Verzoeker komt oorspronkelijk uit [landennnaam] en is als vluchteling naar Nederland gekomen. Volgens eigen zeggen is verzoeker de Engelse taal goed machtig. Tot zijn verhuizing in maart 2024 naar een HAR locatie in [plaatsnaam] (HAR: tijdelijk woonverblijf voor vergunninghouders op grond van de Hotel- en Accommodatieregeling) verbleef verzoeker in een AZC te [plaatsnaam].

3.2          Zorgaanbieder verleent mobiele mondzorg aan bewoners van een AZC, vanuit mobiele tandartspraktijken die zijn voorzien van alle moderne faciliteiten die een professionele tandarts nodig heeft voor het deugdelijk uitvoeren van zijn werkzaamheden. Dit betreft onder meer röntgenapparatuur en dubbele computerschermen, zodat patiënten eenvoudig mee kunnen kijken met de gemaakte röntgenfoto’s en geïnformeerd kunnen worden over de (beoogde) behandeling.

3.3          De zorg aan asielzoekers wordt in Nederland verleend op grond van de Regeling Medische zorg Asielzoekers (RMA). De aanspraak op tandheelkundige zorg voor personen ouder dan 18 jaar – en dus ook de zorg waarop verzoeker aanspraak kon maken- ingevolge de RMA betreft noodhulp. Onder noodhulp wordt in dit verband verstaan: het verhelpen van acute ernstige pijnklachten en/of aanzienlijk verlies van de kauwfunctie, waarbij uitgangspunt voor de hulp is het met zo eenvoudig mogelijke middelen zoveel mogelijk behouden van de actuele functie van het gebit, zo nodig met behoud van de aanwezige functionele elementen. Nadrukkelijk wordt hieronder niet gebitsregulering verstaan. De verrichtingen waar in dit verband aanspraak op kan worden gemaakt staan vermeld in bijlage 5 van de RMA, de Noodhulplijst Tandheelkunde.

3.4          Bij ernstige tandpijn en kauwklachten kan de asielzoeker bellen met de GZA Praktijklijn, een landelijk callcenter en samenwerkingspartner van het COA (de Praktijklijn). Triage wordt uitgevoerd door een medewerker van de Praktijklijn. De medewerker bespreekt de klachten met de asielzoeker en maakt, als dat aan de hand van de verkregen informatie noodzakelijk wordt geacht, een afspraak bij een tandarts die vervolgens tot behandeling overgaat.

3.5          Het maken van (nieuwe) afspraken met een tandarts vindt wederom via de Praktijklijn plaats. Het maken van een vervolgafspraak binnen een bestaande tandheelkundige behandeling gebeurt door de tandarts zelf. Als de behandeling is afgerond en een persoon heeft opnieuw klachten, dan komt hij of zij opnieuw terecht bij de Praktijklijn. Als in dat geval triage uitwijst dat opnieuw een bezoek aan de tandarts aangewezen is, dan wordt zo mogelijk doorverwezen naar tandarts waar iemand eerder is behandeld.

3.6          In de periode juni – augustus 2023 meldt verzoeker zich met pijnklachten (naar eigen zeggen aan zijn kiezen) bij de Praktijklijn en wordt hij doorverwezen naar de mobiele praktijk van zorgaanbieder bij het AZC [plaatsnaam]. Communicatie tussen verzoeker en de behandelend tandarts vindt plaats in het Engels. Hoewel er in principe een beroep kan worden gedaan op een tolkentelefoon en/of hulpmiddelen, geeft verzoeker aan dit niet nodig te vinden, aangezien hij goed Engels spreekt.

3.7          Op 21 augustus 2023 zijn er röntgenfoto’s gemaakt, waarop te zien was dat de wortels van beide voortanden ontstoken waren. Bij één van de voortanden (element 11) is op voornoemde datum een wortelkanaalbehandeling uitgevoerd. Op 4 september 2023 is een wortelkanaalbehandeling gestart in element 21. Tijdens de endodontische behandeling bleek het element sterk gecalcificeerd, waardoor de kanaallengte niet te bepalen was. Er ontstond verdenking op een buccale perforatie.

Op 11 september 2023 meldde de patiënt zich met hevige pijnklachten aan element 21. Bij inspectie was aan de buccale zijde een opening zichtbaar met verlies van tandvlees. De regio werd gespoeld met Perio-Aid en de patiënt kreeg instructies en spuitjes mee om het gebied thuis schoon te houden.

Op 18 september werd bevestigd: een perforatie van ongeveer 3 mm aan de buccale wortelzijde. De perforatie werd zo goed mogelijk afgesloten met mineraal trioxide aggregaat (MTA), en de patiënt werd geïnformeerd dat extractie noodzakelijk zou zijn als het herstel onvoldoende zou verlopen.

In de weken daarna volgden meerdere controles. Op 25 september werd boven het MTA een flowlaag aangebracht en werd een intra-orale foto gemaakt. De prognose werd op dat moment al als ongunstig beoordeeld. Een maand later, op 23 oktober 2023, werd palatinaal composiet aangebracht, maar ook toen bleef de prognose slecht.

Begin december 2023 werd opnieuw een foto gemaakt en het element geëvalueerd. De periapicale afwijking was nog steeds aanwezig, zij het stabiel. Door de combinatie van de buccale perforatie, de forse recessie en de duidelijke mobiliteit (mob++) werd geconcludeerd dat een apexresectie geen zinvolle behandeloptie was. Verzoeker had geen constante pijn, maar beet niet meer op het element en ervoer af en toe gevoeligheid bij koude en warmte. De slechte prognose werd opnieuw met hem besproken. Daarnaast waren zowel links- als rechtsboven de tandhalzen gevoelig; hiervoor werd Duraphat aangebracht en Sensodyne geadviseerd.

Tijdens de laatste controle op 18 december 2023 bleek het tandvlees verder te zijn teruggetrokken en bleef de prognose zeer slecht. Verzoeker was ontevreden over de situatie. Gezien het beperkte herstelpotentieel en de functionele hinder werd geadviseerd om bij klachten over te gaan tot extractie van element 21, met aansluitend een partiële prothese. Deze behandeling valt binnen de RMA‑regeling.

Na zijn verhuizing naar [plaatsnaam] -verzoeker had inmiddels een verblijfsstatus- heeft verzoeker meerdere bezoeken aan tandartsenpraktijk [naam tandartsenpraktijk] te [plaatsnaam] gebracht. Deze heeft de voortand verwijderd en een tijdelijke prothese (plaatje) geplaatst.

3.8          Als asielzoeker kon verzoeker aanspraak maken op zorg op grond van de RMA-regeling. Deze aanspraak verviel toen hij eind 2024 een verblijfsvergunning kreeg en naar [plaatsnaam]  verhuisde. Hij heeft toen een reguliere zorgverzekering, de zogenoemde gemeentepolis van de gemeente [plaatsnaam], afgesloten. In eerste instantie betrof dit uitsluitend een zorgverzekering. Op 1 april 2025 heeft hij daarnaast een tandartsverzekering afgesloten die mondzorg dekt tot €500 per kalenderjaar.

Ondersteunend bewijs 

 3.9          Verweerders hebben ter ondersteuning van het verweer ingediend:

  • De patiëntenkaart van verzoeker waarop behandelingen zijn aangetekend in de periode van 21 augustus 2023 tot en met 18 december 2023;
  • Röntgenfoto’s van gebitselementen van verzoeker: 7 foto’s d.d. 21 augustus 2023, 1 foto d.d. 4 september 2023, 1 foto d.d. 25 september 2023 en 1 foto d.d. 4 december 2023;
  • Een recept voor Amoxicilline 7 dagen d.d. 18 september 2023;
  • Een recept voor Ibuprofen 600 mg d.d. 18 september.

 Klachtenprocedure

3.10       Op 2 augustus 2024 is verzoeker een klachtenprocedure gestart bij Klachtenportaal Zorg. De klacht ziet op een onjuiste behandeling van een van de voortanden van verzoeker, met als gevolg veel pijn, terugtrekkend tandvlees en uiteindelijk het verlies van een van de boventanden. In het kader van deze klachtenprocedure is door zorgaanbieder uit coulance-overwegingen een schikkingsvoorstel gedaan van € 941,63, overeenkomend met het tarief voor het plaatsen van een partiële plaatprothese 1-4 elementen, incl. techniekkosten ingevolge de RMA Noodhulplijst Tandheelkunde. Het betreft de behandeling die verzoeker eerder werd aangeboden door zorgaanbieder, maar die niet kon worden uitgevoerd, aangezien verzoeker elders werd behandeld. Klager is niet op dit voorstel ingegaan. De klachtenprocedure is beëindigd op 23 november 2024.

  1. Het geschil

4.1          Naar aanleiding van de geschilomschrijving in de ingediende stukken omschrijft de commissie het geschil, met instemming van beide partijen als volgt:

Verzoeker vordert een schadevergoeding ter hoogte van de kosten van een duurzame oplossing van het verlies van één van zijn voortanden, als gevolg van een onjuiste behandeling door zorgaanbieder.

De door verzoeker in dit kader gevorderde schadevergoeding (materiele schade) bedraagt €4225,83. Dit bedrag is gebaseerd op:

  • Begroting prothese €2869,31
  • Kostenwijziging zorgverzekering €344,40
  • Kosten behandeling tandvleesontsteking €1012,12
  1. De beoordeling van de ontvankelijkheid van verzoeker in het geschil

Ontvankelijkheid

5.1          Voordat de commissie overgaat tot een inhoudelijke behandeling, beoordeelt de commissie de ontvankelijkheid van verzoeker in zijn geschil.

5.2         Volgens artikel 9 lid 4 Geschillenreglement en artikel 21 Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) dient een patiënt eerst een klacht in te dienen bij een zorgaanbieder voordat hij een geschil bij de commissie kan indienen. Ook dient er een tijdig oordeel van de zorgaanbieder te zijn over deze klacht.

Als een patiënt het geschil vervolgens aan de commissie wil voorleggen, dient dat op grond van artikel 12 lid 1 sub e Geschillenreglement te gebeuren binnen een jaar nadat het geschil overeenkomstig artikel 9 lid 4 Geschillenreglement aanhangig kan worden gemaakt.

De commissie constateert dat voldaan is aan deze voorwaarden voor ontvankelijkheid.

5.3          Gemachtigde heeft namens verzoeker een klachtenprocedure gestart bij Klachtenportaal Zorg. Deze heeft echter niet tot het gewenste resultaat geleid, waarna gemachtigde zich tot de geschillencommissie heeft gericht.

5.4          De commissie verklaart verzoeker ontvankelijk in het geschil.

Beoordelingskader

5.5       In zijn algemeenheid toetst de commissie het handelen en/of nalaten van de zorgaanbieder        en zorgverleners aan artikel 2 Wkkgz:

1.De zorgaanbieder biedt goede zorg aan.

  1. Onder goede zorg wordt verstaan zorg van goede kwaliteit en van goed niveau:
  2. die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is, tijdig wordt verleend, en is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt,
  3. waarbij zorgverleners handelen in overeenstemming met de op hen rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard, (…) en
  4. waarbij de rechten van de cliënt zorgvuldig in acht worden genomen en de cliënt ook overigens met respect wordt behandeld.”

5.6          De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) geldt voor medische onderzoeken en behandelingen en voor alle zorg die daarmee samenhangt. Tussen de zorgaanbieder en verzoeker is een geneeskundige behandelingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:446 Burgerlijk Wetboek (BW) tot stand gekomen.

5.7          De commissie toetst het handelen en/of nalaten van een zorgverlener aan het in artikel 7:453 BW genoemde toetsingskader: “De hulpverlener moet bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard.” Dit betekent dat de zorgverlener de zorg moet verlenen die de redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in dezelfde omstandigheden zou hebben verleend.

5.8          Een zorgverlener moet op grond van artikel 7:448 lid 2 sub b BW de patiënt informeren over wat de patiënt redelijkerwijs dient te weten over de te verwachten gevolgen en risico’s voor de gezondheid van de patiënt bij de voorgestelde behandeling. De hulpverlener mag de patiënt bedoelde inlichtingen slechts onthouden voor zover het verstrekken ervan kennelijk ernstig nadeel voor de patiënt zou opleveren. Artikel 7:450 lid 1 BW bepaalt dat voor verrichtingen ter uitvoering van een behandelingsovereenkomst de toestemming van de patiënt is vereist.

5.9          De zorg die aan verzoeker is verleend dient te voldoen aan mondzorg ingevolge de RMA.

5.10       Tenslotte is de KNMT-richtlijn Patiëntendossier (herziening 2020) van toepassing.

6             Beoordeling van het geschil

Als gevolg van een onjuiste behandeling door behandelend tandarts(en) werkzaam bij zorgaanbieder heeft verzoeker één voortand verloren

Standpunt verzoeker (verkort en zakelijk weergegeven)

6.1          Verzoeker is in de periode van 21 augustus 2023 tot en met 18 december 2023 onder behandeling geweest bij zorgaanbieder. De communicatie vond plaats in het Engels omdat verzoeker had aangegeven de Engelse taal goed machtig te zijn. De communicatie tussen verzoeker en de behandelend tandarts heeft aldus in het Engels plaats gevonden.

6.2          Verzoeker heeft zich in eerste instantie tot de zorgaanbieder gewend voor pijnklachten bij zijn kiezen. Tijdens het bezoek van verzoeker op 21 augustus 2023 zijn röntgenfoto’s van zijn gebit gemaakt. Op de foto was te zien dat de linker voortand niet recht stond. De voortand werd naar voren geduwd door een specifiek apparaat om druk te zetten op de achterkant van de voortand. Na drie dagen kreeg verzoeker klachten aan zijn tandvlees. Na twee weken was zijn tandvlees 1.5 cm teruggetrokken.
Nadat verzoeker meerdere klachten had geuit aan de behandelend tandarts dat zijn tandvlees beschadigd was en terugtrok, heeft de tandarts hem meegedeeld op dat moment niets voor hem te kunnen betekenen. Vervolgens is een controleafspraak gemaakt voor vier maanden later op 4 december 2023. Voorts is verzoeker meegedeeld dat misschien in de tussenliggende periode het tandvlees vanzelf zou “teruggroeien”. Tijdens het consult van 4 december 2023 heeft de tandarts geconcludeerd dat er niets aan te doen was. Verzoeker kon op dat moment moeilijk eten vanwege de loszittende voortand.
Na zijn verhuizing naar [plaatsnaam] – verzoeker had inmiddels een verblijfsstatus – heeft verzoeker meerdere bezoeken aan tandartsenpraktijk [naam tandartsenpraktijk] te [plaatsnaam] gebracht.

6.3          Tijdens de hoorzitting benadrukt verzoeker een aantal malen dat zijn klachten niet verholpen zijn en dat de zorgaanbieder niets voor hem heeft gedaan en voorts dat hij evenmin geïnformeerd is over de behandelingen die hebben plaatsgevonden.

Standpunt verweerders (verkort en zakelijk weergegeven)

6.4          Verweerders stellen dat verzoeker op 21 augustus 2023 is behandeld in de mobiele praktijk in verband met pijnklachten linksonder en problemen aan zijn voortanden (element 11 en 21). Tijdens dit bezoek zijn röntgenfoto’s (solo’s) gemaakt. Hierop was bij de elementen 11 en 21 een peri-apicale radiolucentie zichtbaar (een op een röntgenfoto donkere plek rond de wortelpunt van de tand), wijzend op een ontsteking aan de wortelpunt veroorzaakt door een bacteriële infectie in het wortelkanaal.
Na overleg met verzoeker is gestart met een wortelkanaalbehandeling aan element 11. Deze behandeling is 21 augustus 2023 afgerond. De behandeling was gericht op het behandelen van de ontsteking, niet op de stand van de tand zoals verzoeker stelt.
Op 4 september 2023 vond behandeling aan element 21 plaats. Tijdens deze behandeling bleek het kanaal sterk gecalcificeerd. Dit maakte een lengtebepaling niet mogelijk. De behandelend tandarts heeft genoteerd dat gedurende de behandeling mogelijk een perforatie is ontstaan en dit met verzoeker besproken. De vervolgbehandeling vond 18 september 2023 plaats. De wortelkanaalbehandeling werd afgerond en de buccale perforatie werd afgesloten met MTA. Het doel hiervan was de perforatie te sluiten zodat er geen bacteriën meer konden binnendringen en het tandweefsel de kans kreeg om te genezen. Verzoeker is geïnformeerd dat, ondanks dit herstel, de prognose van dit element was verslechterd en dat een extractie nodig zou kunnen zijn als de klachten aanhielden.

Vervolgens vonden meerdere nacontroles plaats op 25 september, 23 oktober en 4 december 2023. Tijdens deze controles werd vastgesteld dat de ontsteking en de buccale recessie niet verbeterden en dat het element mobiliteit vertoonde. Verzoeker is toen geadviseerd tot extractie van element 21 en de vervaardiging van een partiële prothese ter vervanging van de voortand. Verzoeker weigerde op dat moment de extractie, hij wilde afwachten. Op 18 december 2023 is dit nogmaals besproken, verzoeker bleef bij zijn besluit. Daarna is verzoeker niet meer voor behandeling geweest.

6.5          Een geheel mondonderzoek vindt niet plaats ingevolge de RMA. Er zou geen foto gemaakt zijn van de voortanden als daar geen aanleiding (pijn) voor was geweest omdat in dat geval  een indicatie hiertoe ontbrak.

6.6          Een tandarts werkt steeds met twee computerschermen. Op het moment dat er röntgenfoto’s gemaakt zijn worden deze gedeeld met de patiënt en er wordt aangegeven wat de behandelaar als probleem ziet. De patiënt wordt steeds geïnformeerd.

6.7          Verweerders geven aan dat het vermeende apparaat dat druk uitoefende op zijn voortanden een cofferdamklem was, een standaard hulpmiddel voor isolatie van het werkveld bij wortelkanaalbehandelingen. Dit hulpmiddel kan geen tandvleesrecessie veroorzaken, het hulpmiddel is belangrijk voor de veiligheid van de patiënt.

6.8          Verweerders zijn van oordeel dat de bij element 21 ontstane perforatie een bekende complicatie betreft bij sterk gecalcificeerde of geobliteerde wortelkanalen. De behandeling en de complicatie zijn conform de professionele standaard uitgevoerd en met verzoeker besproken. Verzoeker is geïnformeerd over de beperkte prognose en de vervolgstappen. De behandelingen vonden plaats ingevolge de RMA-verrichtingenlijst. Behandelend tandartsen hebben bij herhaling voorgesteld element 21 te verwijderen en een partiële prothese te vervaardigen. Verzoeker heeft dit geweigerd.

6.9          De commissie oordeelt ten aanzien van dit geschilonderdeel als volgt. Partijen verschillen van inzicht omtrent de aard van de behandelingen die hebben plaatsgevonden. Partijen verschillen tevens van mening over de wijze waarop en mate waarin de behandelend tandartsen verzoeker hebben geïnformeerd omtrent de behandelingen en wat hij daarvan mocht verwachten. Door verzoeker wordt  -samengevat gesteld- dat hij klachten had aan zijn kiezen en niet aan zijn voortanden. De klachten aan zijn voortanden zijn volgens verzoeker ontstaan door toedoen van de behandelend tandarts(en). Verzoeker geeft aan in het geheel niet te zijn geholpen. De röntgenfoto’s zijn naar zijn zeggen op een later moment gemaakt en niet aan het begin, toen de schade aan zijn gebit reeds groter was. Verweerders stellen dat de behandelend tandarts(en) verzoeker deugdelijk hebben geïnformeerd. De röntgenfoto’s zijn op diverse momenten gemaakt, ook tijdens de eerste behandeling op 21 augustus 2023. Verweerders lichten tijdens de hoorzitting toe dat röntgenfoto’s alleen worden gemaakt als er klachten zijn, er is ook een röntgenfoto gemaakt van de kies rechtsonder, waarvan verzoeker aangeeft dat hij daar pijnklachten ondervond. Verweerders geven verder aan dat ingevolge de RMA geldt dat als een patiënt pijn heeft er twee opties zijn: wortelkanaalbehandeling of extractie. Veel patiënten willen geen extractie.

6.10       Gezien het verschil van inzicht omtrent de behandeling heeft de commissie verweerder 3 tijdens de hoorzitting verzocht aan verzoeker – onder meer – aan de hand van de gemaakte röntgenfoto’s uit te leggen welke behandelingen hij heeft ondergaan in de periode van het geschil. Verzoeker herkent zich niet in de toelichting van verweerder 3.

6.11       De commissie moet beoordelen of verweerders aan hun zorgplicht hebben voldaan. Dit houdt in dat de behandelend tandarts(en) die zorg moeten betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht. De zorgplicht houdt in beginsel geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de tandarts zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt. De commissie dient te onderzoeken of de behandelend tandarts(en) bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst in de gegeven omstandigheden al dan niet de hiervoor omschreven zorgplicht heeft/hebben nageleefd.

6.12       De commissie is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerders, ondanks het feit dat zij niet geheel aan de gedetailleerde dossiervorming zoals die geldt op grond van de KNMT-richtlijn Patiëntendossier hebben voldaan, voor wat betreft het vastleggen van de verstrekte informatie aan verzoeker, zich onvoldoende voor verzoeker hebben ingespannen, of bij die inspanning een fout hebben gemaakt. De commissie baseert zich hierbij tevens op het aan haar ter beschikking gestelde patiëntendossier. Tot op redelijk detailniveau is melding gemaakt van de aard van de behandelingen. Ten aanzien van de perforatie die bij element 21 is ontstaan geldt dat dit aangemerkt moet worden als een complicatie en niet als een fout die verwijtbaar is. Verweerder heeft in dit kader aangegeven verzoeker hierover geïnformeerd te hebben hetgeen verzoeker vervolgens heeft betwist. Bij een diagnose als de onderhavige zijn er vanuit medisch oogpunt slechts twee opties, te weten een wortelkanaalbehandeling (inclusief het daarmee mogelijke risico van perforatie) of extractie. In eerste instantie heeft de behandelaar voor een wortelkanaalbehandeling gekozen als behandeling. Dat verzoeker op dat moment geen extractie wenste staat niet ter discussie. Ook als aangetoond was dat verzoeker was geïnformeerd zou dit niet tot een andere behandeling hebben geleid op dat moment.

6.13       De commissie komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat dit geschilonderdeel ongegrond is. Ten overvloede merkt de commissie nogmaals op dat zij het door de tandarts(en) opgestelde patiëntendossier van verzoeker onvoldoende acht met betrekking tot het toetsbaar documenteren van de informatie die aan hem is verstrekt.

7             Verzoek tot schadevergoeding

7.1         Verzoeker heeft gevraagd om een schadevergoeding van €4225,83. Hiermee kan hij de verloren tand inclusief bijkomende kosten bekostigen.

7.2         Het geschil is ongegrond geoordeeld. Uit dit geschil kan dan ook geen schadevergoedingsplicht voortvloeien.

8             Leerpunten voor de zorgaanbieder

8.1          Leerpunt 1: De Geschillencommissie adviseert om in situaties waarin een mogelijkheid tot taalbarrière aanwezig is, als zorgaanbieder adequaat te toetsen of partijen elkaar goed begrijpen en zo nodig passende maatregelen te nemen. Voorts in het dossier voldoende toetsbaar vast te leggen dat dit onderwerp besproken is en welke keuze daarin is gemaakt (bijvoorbeeld Engels praten, gebruik van een tolk, gebruik van hulpmiddelen).

8.2          Leerpunt 2: de Geschillencommissie adviseert om de verslaglegging in het zorgdossier van een cliënt uitgebreider en eenduidiger vorm te geven. Hetzelfde geldt voor het schriftelijk vastleggen welke relevante behandelinformatie er is verstrekt en welke keuze cliënt gemaakt heeft.

8.3          Leerpunt 3: de Geschillencommissie adviseert om de verwachtingen van een cliënt beter te toetsen en hiervan ook adequate verslaglegging te doen.

  1. De beslissing

9.1         De commissie stelt bij bindend advies vast dat:

– het geschilonderdeel ongegrond is;

– het meer of anders gevorderde ongegrond is en/of niet voor toewijzing in aanmerking komt.

31 december 2025

Mevrouw mr. drs. N.J.E.G. Cremers,

namens de Geschillencommissie KPZ

 

 

 

 

 

Vaardigheden

, ,

Gepubliceerd op

januari 13, 2026