Selecteer een pagina

Geschilleninstantie: Stichting Geschilleninstantie Register Chiropractoren
dossier: SGRC 242501
datum uitspraak: 12 november 2025

Samenvatting:

De klacht
Klaagster geeft aan bij de praktijk te zijn gekomen zonder klachten. Door te veel uitgeoefend druk heeft klaagster schade opgelopen. De chiropractor zou niet zijn gestopt met de behandeling toen klaagster aangaf pijn te hebben en aangaf niet te willen.
Het medisch dossier zou ongeloofwaardig zijn met spelfouten en er zou niet van iedere behandeling een verslag zijn gemaakt, waardoor de bewijslast moet worden omgekeerd.
Het verweer
Klaagster is in de praktijk gekomen met veel problematiek en gaf direct dag aan ook klachten te hebben. De chiropractor heeft aangegeven voorzichtig te zijn begonnen, minder druk te zijn gaan gebruiken en de behandeling heeft beëindigd.
De chiropractor heeft de zorg als goed zorgverlener in acht genomen. De chiropractor betwist dat hij het letsel zou kunnen veroorzaken. De overlegde MRI en röntgenbeelden laten eerder een verbetering zien, dan het beweerde letsel, terwijl dat eenvoudig aan te tonen had geweest met een scan. Er zijn vele mogelijke andere oorzaken gelet op het medisch verleden.
Ten aanzien van het dossier zijn er geen fouten gemaakt en de taalfouten zijn gerelateerd aan de taalbeheersing. De bewijslast omkeren is niet wegens een onjuistheid aan de orde, dan zou eerst gemotiveerd vastgesteld moeten worden dat de chiropractor letsel zou hebben veroorzaakt.
Overweging en uitspraak
Er is geen medische documentatie overlegd waaruit het gestelde letsel blijkt. Tevens ontbreekt het bewijs, dat er een causaal verband is tussen de behandeling en het letsel.
Er is geen bestaande medisch wetenschappelijke steun voor het letsel veroorzaakt door chiropractie, maar biedt wel steun voor degeneratie als voor de hand liggende verklaring.
De schadevordering is niet onderbouwd. De klachten van klaagster zijn ongegrond en de vordering wordt afgewezen.

Uitspraak:

Ontvankelijkheid
Beklaagde is werkzaam als chiropractor en geregistreerd bij de Stichting Nationaal Register Chiropractoren. Dit betekent, dat op grond van artikel 1 lid 3 van het Reglement Stichting Geschilleninstantie Register Chiropractoren 2024 (hierna: Het Reglement), onze geschilleninstantie bevoegd is. Aangezien Klaagster schriftelijk heeft geklaagd over de behandeling die zij kreeg van Beklaagde als chiropractor is de Geschilleninstantie Register Chiropractoren (hierna ook: (De) Commissie) bevoegd en gehouden deze klacht in behandeling te nemen. De Geschillencommissie acht de klacht derhalve ontvankelijk en kan tot inhoudelijke beoordeling van de klacht over gaan.

Onafhankelijkheid
De commissieleden en de ambtelijk secretaris hebben geen van allen een relatie met de Beklaagde (c.q. aangeklaagde als bedoeld in art. 2 lid 2 van Het Reglement) of de Klaagster, niet zakelijk, niet vriendschappelijk en geen familierelatie en hebben geen (rechtstreeks persoonlijk of zakelijk) belang bij de afloop van het geschil. Aan de voorwaarden van art. 6 van Het Reglement is voldaan en de vereiste onafhankelijkheid is gewaarborgd en vastgesteld.

Verloop van de procedure
Op 18 november 2023 heeft Klaagster een klacht ingediend tegen Beklaagde waarover de klachtenfunctionaris van Stichting Geschilleninstantie Register Chiropractoren op 18 september 2024 een beslissing heeft gegeven waarin deze de verschillende voorgelegde klachten ongegrond heeft verklaard. Daarbij is aangegeven dat binnen een jaar de klacht kon worden voorgelegd aan Stichting Geschilleninstantie Register Chiropractoren. Hiervan is vervolgens tijdig gebruik gemaakt. Per brief van 30 oktober 2024 heeft Klaagster, haar klacht doorgezet naar De Geschillencommissie.

De Beklaagde heeft schriftelijk verweer gevoerd tegen de klacht van Klaagster. Op dat verweer heeft Klaagster schriftelijk gereageerd, waarna de Beklaagde als laatste aan het woord is geweest met een schriftelijke reactie op het laatste stuk van Klaagster. Daarna zijn partijen uitgenodigd om hun standpunt mondeling nader toe te lichten. Deze mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2025. Na deze mondelinge behandeling heeft De Geschillencommissie aangegeven schriftelijk uitspraak te gaan doen.

De klacht
Klaagster klaagt over de behandeling die heeft plaatsgevonden op 1 september 2023. Zij voelde zich goed, omdat ze een dag eerder een behandeling heeft ondergaan door een andere chiropractor. Ze heeft de behandeling – de in haar ogen eigenlijk niet eens die naam verdiend – bij De Beklaagde toch doorgezet, omdat ze dacht anders annuleringskosten te moeten betalen. Verder is namens Klaagster nog het navolgende gesteld.
Het contact met De Beklaagde was merkbaar anders dan tijdens andere eerdere behandelingen; hij maakte geen contact en was kortaf en gespannen. Er werd niet gesproken, maar meteen behandeld.
Klaagster stelt dat De Beklaagde een verkeerde diagnose heeft gesteld dan wel een verkeerde behandeling heeft toegepast. Het gaat hierbij om de intra orale behandeling waarvoor geen wens is geuit noch een indicatie heeft bestaan. Klaagster stelt dat De Beklaagde met te veel kracht (kilo’s druk) heeft uitgevoerd. Het verhemelte van Klaagster begon in te storten en de schedel vernauwde. De Beklaagde is niet gestopt toen zij aangaf pijn te hebben.
De Beklaagde heeft tevens, terwijl Klaagster op haar rug lag, met kracht aan het hoofd getrokken ten gevolge waarvan het hoofd van Klaagster los kwam van haar atlas, waardoor Klaagster pijn en schade is toegebracht.
Ook heeft De Beklaagde een T-1 mobilisatie uitgevoerd, waardoor wervels zijn beschadigd zijn. Dit, terwijl Klaagster heeft aangegeven dit niet te willen. Zij voelde door deze handeling een verlamming en haar lichaam kwam in een shocktoestand. Hier had De Beklaagde geen oog voor. Daarna heeft De Beklaagde nog met enige kracht op enkele drukpunten op de wervelkolom gedrukt. Zij voelde zich daardoor nog slechter. Zij had erge pijnen en in een waas is Klaagster de praktijk uitgelopen.
De Beklaagde heeft volgens Klaagster bovendien onvoldoende informatie over de behandelingen, risico’s en eventuele andere mogelijkheden gegeven.
Klaagster vond de ervaring traumatisch en er is schade toegebracht. Aan haar lichaam, sociale leven, inkomen en haar vertrouwen in de chiropractie is geschaad. Ze is gehandicapt geraakt en depressief geworden door verlies aan lichaamsfuncties en levenskracht.
Vanwege aanhoudende pijnen heeft ze een röntgenonderzoek en een MRI-scan laten uitvoeren. Deze zijn bijgevoegd bij haar haar klacht en op basis daarvan onderbouwt Klaagster haar stellingen.
Volgens Klaagster is De Beklaagde, met zijn betwisting van de gebeurtenissen, niet op zijn woord te geloven, omdat het medisch dossier wat hij van haar heeft bijgehouden ongeloofwaardig is. Er zijn verschillende entries te vinden in het medisch dossier van voorgaande behandelingen. Daarbij worden steeds dezelfde spelfouten gemaakt. Klaagster stelt dat De Beklaagde haar medisch dossier met knippen en plakken heeft ingevuld en daarbij niet van iedere behandeling apart een verslag heeft gemaakt.
Klaagster is van mening dat aan De Beklaagde een maatregel moet worden opgelegd; dat hij aansprakelijk moet worden gehouden voor haar geleden en nog te lijden schade en dat haar kosten voor de procedure door hem vergoed dienen te worden en vraagt tevens een voorlopig voorschot toe te kennen van € 25.000,00 ( in woorden: vijfentwintigduizend euro).

Het verweer
De behandelingen van Klaagster bij De Beklaagde zijn gestart op 23 maart 2023. De eerste behandelingen verliepen naar wens. Er zijn vervolgbehandelingen ingepland op 29 en 31 augustus 2023 en op 1 september 2023. Verder bracht beklaagde nog het volgende naar voren.
Klaagster heeft een intakeformulier ingevuld en daar al melding gemaakt van haar medische voorgeschiedenis. In een mailbericht van 4 juni 2023 heeft Klaagster daar nog meer informatie aan toegevoegd. Zo heeft ze daarin aangegeven dat zij onlangs letsel had opgelopen. Verder had ze nog meer klachten aan haar linker knie, heup, nek, hals, rugspieren en linkerschouder. Ook heeft ze bericht over de ziekte van Lyme en een gebroken enkel.
Klaagster heeft op 1 september 2023 wederom een behandeling gepland. Zij had deze desgewenst kunnen afzeggen. De Beklaagde brengt geen annuleringskosten in rekening. Klaagster heeft de afspraak echter door laten gaan.
Klaagster gaf die dag aan dat zij klachten had. De Beklaagde is voorzichtig begonnen. Klaagster bleef aangeven pijn te voelen en daarbij heeft De Beklaagde zijn druk steeds verminderd en posities veranderd. Omdat zij pijn bleef houden, heeft De Beklaagde de behandeling beëindigd.
Enige tijd later heeft Klaagster geklaagd over de behandeling en aangegeven dat ze daardoor klachten zou hebben gekregen. In de daarop volgende mailcorrespondentie is dat herhaald. De klachten werden echter veelvuldiger en ernstiger.
Beklaagde betwist dat hij gehaast zou hebben gewerkt, dat hij niet geluisterd zou hebben en betwist ook het toebrengen van letsel. Ook betwist hij dat hij de behandeling onzorgvuldig heeft uitgevoerd. Beklaagde heeft nooit te veel druk uitgeoefend. Hij is een ervaren chiropractor en weet wat hij wel en wat hij niet kan doen en heeft zich daaraan gehouden.
De Beklaagde erkent dat hij op 1 september een intra orale behandeling heeft uitgevoerd. Hij ontkent echter dat hij hierbij kilo’s brute druk heeft uitgeoefend. Hij heeft slechts licht druk gebruikt. Klaagster heeft inderdaad tijdens de behandeling aangegeven dat de behandeling oncomfortabel en pijnlijk was. Dit is ook opgeschreven in de entry, maar hij heeft daar adequaat op gereageerd, zijn handen verplaatst, druk verminderd en de behandeling vroegtijdig afgebroken.
Een T-1 manipulatie is niet uitgevoerd. Het letsel wat wordt genoemd, blijkt nergens uit. Bovendien betwist Beklaagde dat dit door hem aangebracht zou kunnen zijn met zijn blote handen.
De Beklaagde heeft Klaagster altijd goed voorgelicht over wat hij wilde gaan doen en alles is in samenspraak gegaan. Hij licht zijn patiënten in over behandelingen en risico’s. Hij was op de hoogte van wat Klaagster wel en niet wilde en heeft dat ook gerespecteerd. Klaagster ging gedurende lange tijd naar meerdere verschillende chiropractors toe voor behandelingen en ze weet dus precies wat ze kon verwachten en heeft heel bewust gekozen voor een behandeling bij Beklaagde.
De Beklaagde dient in het kader van de geneeskundige behandelovereenkomst ex artikel 7:446 BW de zorg van een goed hulpverlener in acht te nemen. Dat heeft hij gedaan. Op Klaagster rust het bewijsrisico om haar verwijten naar betwisting te onderbouwen. Dat had zij eenvoudig gekund. Een gebroken/ingestort verhemelte is eenvoudig op een scan zichtbaar te maken. Een scan waarop dergelijk letsel zichtbaar is, werd echter niet bijgevoegd. Hetzelfde geldt voor het verwijt dat de schedel zou zijn vernauwd. Beklaagde betwist dat iemand met blote handen een schedel handmatig kan vernauwen. De snijtanden zouden in onnatuurlijke positie zijn verdraaid volgens Klaagster, maar een röntgenfoto daarvan is niet ingebracht in deze procedure.
De stukken die Klaagster wel heeft overgelegd, bewijzen niet dat De Beklaagde schade heeft toegebracht. Sterker nog: op de 2e röntgenfoto is een verbetering te zien ten opzichte van de 1e röntgenfoto. Uit het radiologie onderzoek blijkt dus niet dat er sprake is van letsel. Laat staan dat er sprake is van het door Klaagster aangegeven ernstige en blijvende letsel.
Er zijn veel mogelijke andere oorzaken voor haar klachten, zoals haar zeer uitgebreide medische verleden en onder andere ook lichte degeneratieve (ouderdoms-) veranderingen van de cervicale wervelkolom. Haar radioloog/huisarts concludeert blijkens de in de procedure gebrachte stukken dat er geen overtuigende posttraumatische abnormaliteiten zijn. Voor hernia’s zijn legio andere oorzaken aan te wijzen, waaronder ouderdomsslijtage. In het medisch verleden van Klaagster wordt melding gemaakt van een whiplash. Klaagster heeft aangegeven dat ze op 4 juni een blessure heeft opgelopen waardoor zij last zou hebben van haar nek en keel. Klaagster heeft verklaard dat zij kort vóór 1 september door een vriend voorzichtig is behandeld, zonder dat daarbij sprake was van enige manipulatie van de nek of wervelkolom. Zij heeft nadrukkelijk aangegeven dat deze behandeling zeer mild verliep en geen klachten veroorzaakte. Het gestelde letsel is niet het gevolg van de behandelingen van De Beklaagde en kan dat ook niet zijn.

Het navolgende is daarover nog aanvullend naar voren gebracht door partijen, tijdens de mondelinge behandeling:
Klaagster geeft aan: de uitslagen van het MRI onderzoek weldegelijk laten zien dat er een verband bestaat tussen de behandeling van De Beklaagde en het op de MRI geconstateerde letsel. Een dergelijk letsel kan ontstaan bij een te agressieve manipulatie van de tussenwervelschijf en de spieren daaromheen. Een alternatieve oorzaak is niet aannemelijk. Er kan niet worden geconcludeerd dat de hernia door een degeneratief proces is ontstaan. Ernstige spierspanning in de thorax en nek zijn veroorzaakt door handelingen van De Beklaagde welke tot een ernstige spierspanning hebben geleid. Die spierspanning heeft vervolgens geresulteerd in de hernia zoals beschreven.
Voor wat betreft de klacht over de verkeerde diagnose/verkeerde behandeling benadrukt Klaagster nog dat bij het stellen van een juiste diagnose De Beklaagde nooit tot het uitvoeren van de correcties waartoe hij is overgegaan had mogen overgaan. De wervelkolom daartoe eerst goed worden onderzocht om op basis daarvan een diagnose te kunnen stellen en op basis van die diagnose moet dan de juiste behandeling worden vastgesteld en toegepast. Dat is in dit geval niet gebeurd.
De Beklaagde stelt dat hij geen soft tissue behandelingen uitvoert. Dat klopt niet. Uit het dossier blijkt dat in 2023 een diafragmabehandeling is genoteerd en dat kan worden gezien als een soft tissue behandeling.
Op 1 september staat niet vermeld dat er een intra orale behandeling is uitgevoerd. Nu blijkt dat dit wel is gebeurd, maar niet is opgenomen op het dossier is daarmee het dossier onbetrouwbaar. De entry is ook niet betrouwbaar vanwege steeds terugkerende spelfouten, hetgeen reden is om aan te nemen dat de behandelingen niet goed zijn vastgelegd maar er sprake is van knip- en plakwerk. Er is sprake van een andere overeenkomst tussen een patiënt en een zorgverlener. De behandelingen moeten zorgvuldig gedocumenteerd worden. Als dat klopt dan is de therapeut betrouwbaar, maar als dat niet het geval is dan moet de therapeut bewijzen dat deze betrouwbaar is. Anders kun je niet afgaan op de stelling van de betrokken therapeut.

Er is door Beklaagde gewezen op een medische voorgeschiedenis in de vorm van een whiplash. Dat dit de oorzaak is van de huidige klachten wordt betwist. Hevige spierspanning is het gevolg van brute kracht op de wervelkolom. Dit is veroorzaakt door een verkeerde T-1 mobilisatie doorgevoerd door Beklaagde.
De door de advocaat van Klaagster geopperde omkering van de bewijslast gaat veel te ver. Het is onjuist om deze zo eenvoudig om te keren, alleen maar omdat er een onjuistheid in het medisch dossier zou staan c.q. het medisch dossier te summier zou zijn. Er moet eerst gemotiveerd gesteld worden dat er sprake is van letsel dat is veroorzaakt door de behandeling van De Beklaagde. Dan pas kan een gemotiveerde betwisting aan de orde zijn.
Het intakeformulier van Klaagster laat een uitgebreide medische voorgeschiedenis zien en geeft al veel aanwijzingen dat de klachten van Klaagster een andere oorzaak hebben dan de behandelingen door de Beklaagde.
De Beklaagde stelt dat dat hij de Nederlandse taal niet goed beheerst en daardoor steeds dezelfde fout maakt. Dat is de reden van de terugkerende spelfout, niet knippen en plakken. In de verslaglegging staan geen fouten. De intra orale behandeling staat er wel in vermeld.

Beoordeling
De Geschillencommissie gaat voor de beoordeling van deze kwestie uit van de wet. De stellende partij moet zijn stellingen motiveren en bij voldoende motivering van de stellingen zal deze door de andere partij gemotiveerd betwist moeten worden. In het algemeen geldt dat hoe uitgebreid de betwisting moet zijn mede afhangt van hoe uitgebreid de onderbouwing is waarmee een stelling is gemotiveerd.
Allereerst is door Klaagster een beroep gedaan op omkering van de bewijslast vanwege door haar gestelde omissie in de medische verslaglegging van de behandelingen van Klaagster. De Geschillencommissie constateert dat Beklaagde gemotiveerd is ingegaan op wat er wel en wat er juist niet blijkt uit de door klaagster ingebrachte stukken.
Klaagster heeft onder meer e-mail correspondentie en een lijst van lichamelijke klachten ingebracht, alsmede röntgenfoto’s van respectievelijk November 2022 en September 2023 en een brief van het MRI Centrum d.d. 27-9-2023, die haar advocaat heeft aangeduid als “uitslag X-ray en MRI”. Beklaagde heeft bij haar dupliek nog het door Klaagster online ingevulde intake formulier ingebracht, waaruit een uitgebreid medisch verleden blijkt en waarop Klaagster handgeschreven (deels moeilijk te lezen heeft toegevoegd: “No force Cervical manipulations
Beklaagde en diens advocaat hebben ter zitting vorenstaande stukken uitgebreid besproken; toelichting gegeven op de werkwijze en de eigen verslaglegging van de gegeven behandelingen en aangegeven waarom er in de ogen van Beklaagde uit blijkt dat zijn behandeling NIET de oorzaak kan zijn van het gestelde letsel, alsmede dat het bestaan van een groot aantal gestelde lichamelijke klachten niet terug te zien zijn op de X-ray-foto’s en ook niet in de brief van het MRI Centrum. Ook is er op gewezen dat het intake-formulier over het medisch verleden van Klaagster onder meer meldt: “Numerouws accidents (the same Injury): left shoulder, whiplash, some head impact, some not, some concusssion, some not, in childhood and adulthood.” Beklaagde motiveerde het weerspreken van de stellingen van gedaagde onder meer door er op te wijzen dat deze gebeurtenissen uit het verleden de oorzaak kunnen zijn van de fysieke klachten van klaagster.
Dit alles afwegende ziet De Geschillencommissie geen aanleiding om op basis van hetgeen in deze procedure naar voren is gekomen over te gaan tot omkering van de bewijslast. Derhalve geldt als maatstaf bij het beoordelen van de klacht als uitgangspunt dat Klaagster gehouden is haar stellingen te motiveren en indien beklaagde deze voldoende uitgebreid motiveert haar stellingen moet bewijzen.
De Geschillencommissie concludeert dat Klaagster haar stellingen niet danwel onvoldoende heeft onderbouwd. Er is geen medisch advies van een medisch adviseur overgelegd waaruit blijkt dat er sprake is van het door haar gestelde letsel en waaruit blijkt dat er sprake is van een (plausibel) causaal verband tussen dit letsel en de behandeling van De Beklaagde van 1 september 2023.
Tevens heeft Klaagster ook nagelaten om medische stukken te overleggen waaruit haar stellingen blijken. De Beklaagde heeft terecht gesteld dat uit de medische stukken die wel zijn overgelegd (MRI en radiologisch materiaal) juist blijkt dat er een verbetering te zien is in de voor- en de na situatie.
Bovendien is in het beeldmateriaal dat van voor de behandeling van 1 september is overgelegd te zien dat er al sprake is van letsel dat vergelijkbaar is met het letsel waarvan Klaagster stelt dat dit door De Beklaagde zou worden veroorzaakt. Dit betekent dat er tevens bewijs ontbreekt van het bestaan van een causaal verband tussen de behandeling en het gestelde letsel.
De Geschillencommissie heeft nog onderzocht of de stellingen van Klaagster een kern van waarheid zouden kunnen bevatten. Daarvoor kan zij niet terugvallen op medische informatie van Klaagster, nu die slechts beperkt aanwezig is in het dossier. De Geschillencommissie moet daarom uit gaan van de stukken die wel in het dossier aanwezig zijn en hetgeen partijen daarover tijdens de mondelinge behandeling nog hebben toegelicht. In dat kader komt De Geschillencommissie tot de navolgende bevindingen:
De Geschillencommissie moet op basis van de klacht van Klaagster beslissen of de chiropractische behandeling van Beklaagde op 1 september 2023 de volgende – door Klaagster gestelde – letsels kan hebben veroorzaakt:
• Instorting of vervorming van schedel- en gehemeltebotten;
• Meervoudige cervicale discusrupturen;
• Verplaatsing van C1, C2 of de dens;
• Luxatie van het tongbeen (hyoid).
De Beklaagde stelt non-thrust druk te hebben toegepast. Als hij dat op normale wijze heeft gedaan, zoals hij stelt, gaat het om druk van ≤100–125 N (≈ 10–12 Kg). Bij normaal dagelijks kauwen ontstaat er al een druk van 300–880 N (≈ 30–88 Kg).De minimale drempel die nodig is voor het veroorzaken van een schedelfractuur bedraagt 1.300–5.000 N (≈ 130–500 Kg, statisch); ~26.000 N (≈ 2.600 Kg, dynamisch trauma).
De conclusie op basis hiervan is dat de therapeutische druk De Beklaagde stelt te hebben uitgeoefend 10–100 keer zwakker is dan minimaal nodig voor het veroorzaken van de door Klaagster gestelde fractuur.
De bevindingen van de MRI-scan die zijn overgelegd laten het navolgende zien:
• Er is één discus hernia op C5–C6 aangetroffen en dit is een veelvoorkomende degeneratieve locatie.
• Meerdere degeneratieve veranderingen zijn passend bij de leeftijd van Klaagster.
• Op de MRI zijn geen schedelfracturen, geen gehemelte-instorting, geen werveldislocaties en geen tongbeenletsel zichtbaar.
Naar oordeel van De Geschillencommissie spreekt de objectieve beeldvorming de door Klaagster gestelde letsels tegen.
De Geschillencommissie heeft ook gekeken naar bekende risico’s van chiropractische zorg:
Milde, tijdelijke stijfheid en spierpijn komen regelmatig voor na een chiropractische behandeling. Zeldzame complicaties zoals arteriële dissectie en verergering van hernia zijn mogelijk maar daarvoor is geen aanwijzing aangetroffen in het dossier. Van instorting of vergruizing van schedelbotten is niets gebleken.
Als De Geschillencommissie kijkt naar de stellingen van Klaagster dan kan de vraag worden gesteld of deze wellicht aannemelijk zijn gezien de stand van de (medische) wetenschap.
Ineenstorting of verlenging van botten is naar de mening van De Geschillencommissie anatomisch niet mogelijk. Volwassen structuren zijn verbeend en de schedel is rigide. De gestelde meervoudige discusrupturen worden niet ondersteund door het aangeleverde MRI-materiaal. De tongbeenluxatie wordt in de medische wetenschap alleen aangetroffen bij wurging of zeer zwaar trauma, niet bij toepassing van normale klinische zorg. De conclusie van De Geschillencommissie is dan ook dat de stellingen van Klaagster strijdig zijn met de anatomie, biomechanica en radiologie.
De Geschillencommissie heeft ook geen concrete aanwijzing(en) die reden geven om te twijfelen aan de stellingen van Beklaagde dat hij een non-thrust manueel contact heeft uitgeoefend, een onschuldige procedure die geen schedel-, gehemelte- of cervicale structuren kan doen instorten.
De enige objectieve bevindingen – een discus hernia op C5–C6 en degeneratieve veranderingen – zijn consistent met leeftijdsgebonden pathologie, niet met chiropractische interventie. Bovendien blijkt uit de medische voorgeschiedenis van Klaagster dat zij voor de behandeling op 1 september 2023 trauma’s heeft meegemaakt die hier de oorzaak van zouden kunnen zijn.
Vanuit zowel medisch als biomechanisch perspectief geldt dat er geen plausibel mechanisme bestaat waarmee de handelingen van De Beklaagde de vermeende letsels hebben kunnen veroorzaken. Radiologisch bewijs sluit traumatisch letsel bovendien juist uit. Wetenschappelijke literatuur ondersteunt degeneratie als de meest voor de hand liggende verklaring.
Tot slot merkt De Geschillencommissie nog op dat de schadevordering van Klaagster niet onderbouwd is. Zij heeft gesteld dat zij schade heeft geleden en in dat kader een voorschot van € 25.000,00 gevraagd. Maar zij heeft haar stellingen op dat punt niet (cijfermatig) onderbouwd.

Conclusie
De stelling van Klaagster, dat de chiropractische behandeling van De Beklaagde schedelinstorting of meervoudige spinale schade veroorzaakt zou hebben, is zonder medische, wetenschappelijke of juridische basis.
De Geschillencommissie kan dus niet anders dan concluderen dat er geen reden is om aan te nemen dat De Beklaagde niet de zorg van een goed zorgverlener in acht heeft genomen. Naar het oordeel van De Geschillencommissie is er geen reden om aan te nemen dat De Beklaagde verantwoordelijk te houden is voor het door Klaagster gestelde letsel c.q. de gestelde klachten die zij ervaart.

Beslissing
De geschilleninstantie verklaart de klachten van Klaagster ongegrond en wijst haar vorderingen om die reden af.
Deze uitspraak betreft een bindend advies. Hoger beroep tegen de uitspraak behoort niet tot de mogelijkheden. ‘Klager’ en/of de ‘beklaagde’ kan er wel voor kiezen deze uitspraak aan de civiele rechter voor te leggen.

Aldus gewezen op 12 november 2025 door de geschilleninstantie

 

 

 

Vaardigheden

, ,

Gepubliceerd op

januari 9, 2026